Maag en Darmen

...

GEZONDE  DARMEN, GEZONDE  DARMBACTERIEN:  ER GEBEURT  MEER  DAN  U  DENKT.

Gezonde darmbacteriën in de vorm van probiotica kunnen talloze belangrijke biologische functies ondersteunen:
• Spijsvertering: goede darmbacteriën activeren secretine (waardoor de zuurgraad in de dunne darm wordt gereguleerd) en cholecystokinine (dat het vrijkomen van galvloeistof mogelijk maakt).
Zijn deze stoffen minder aanwezig door minder goede darmbacteriën kan een opgeblazen gevoel, oprispingen, vol of gespannen gevoel in de (boven)buik, ontregelde stoelgang mogelijk het gevolg
zijn (‘spastische darm’).
• Verstevigen darmbarrière darm door productie van een kitstof die de darmcellen stevig aan elkaar kan vastplakken. Gebeurt dit onvoldoende zal de bloed-darmbarrière doorgankelijk zijn (‘leaky gut’) en zullen ongewenste stoffen in de bloedbaan terechtkomen met als mogelijke gevolgen: moeheid, pijnklachten, (b.v. fibromyalgie), verzwakte / verstoorde  weerstand, verstoring bloed-breinbarrière (‘leaky brain’) met moeheid en een verstoring van de hersenstofwisseling tot gevolg (psychische functiestoornissen, concentratiestoornissen, maar ook ADHD, autisme en psychiatrische functiestoornissen).
• Productie van sIgA waardoor de weerstand van alle (!) slijmvliezen (dus óók de slijmvliezen van onze luchtwegen, gewrichten, de blaas én de schede) in ons lichaam wordt versterkt, met name relevant bij morbus Crohn, colitis ulcerosa, chronische blaasontstekingen, chronische luchtweginfecties en reumatische klachten.
• Versterking van de flora in de schede van belang bij een vaginale dysbiose (b.v. candida), maar ook relevant m.b.t. een vroegtijdige bevalling. Bij een verstoorde vaginale flora ontstaan meer ontstekingsstoffen in de schede, die de baarmoeder(mond) kunnen prikkelen, waardoor een ongewenste voortijdige bevalling wordt getriggerd.
• Versterken van de hersenstofwisseling door de productie van serotonine (het meeste bevindt zich in onze darmen) en GLP2. Een verstoorde darmflora activeert het vrijkomen van ontstekingsstoffen, die onze hersenstofwisseling verstoord.
• Optimaliseren immuunsysteem door de productie van sIgA en IL10, relevant m.b.t. (voedsel)allergieën en auto-immuunziekten.
• Optimaliseren van de suikerstofwisseling middels GLP1 en GLP2 waardoor het lichaamsgewicht afneemt en insulinegevoeligheid toeneemt, relevant bij preventie en behandeling van suikerziekte,
hart- vaatziekten en overgewicht.
• Herstel of voorkomen van maagzweren middels het stofje VEGF.
• Hormoonbalans: bij een darmdysbiose zal een oestrogeendominantie het gevolg zijn met PMS-klachten als gevolg.
• Histadelie: een darmdysbiose gaat gepaard met een verhoogd histaminegehalte met hieraan gerelateerde ‘klassieke’ klachten; jeuk, kortademigheid,
  loopneus, versterkte maagzuurproductie.


Goede darmbacteriën kunnen dus veel meer dan alleen de darmen versterken.
Een gezonde darmflora begint met:
• goed kauwen: langzaam eten,
• goede (oer)voeding,
• een gezonde leefwijze: kalm, rustig leven,
• darmreiniging,
• behandelen van sluimerende bacteriële, virale, parasitaire en schimmelinfecties van darm en lever,
• goede darmbacteriën: prebiotica en probiotica.

MAAGZUURRREMERS;  DE  NADELEN …………………

Vaak gebruiken mensen maagzuurremmers, maar deze medikatie wordt dikwijls ten onrechte gegeven en heeft duidelijke nadelen.
Vanwege een gehaaste levensstijl (de prestatiegerichte speedboot maatschappij) is ons zenuwstelsel uit balans met de orthosympaticus dominant over de parasympathicus.
Het gevolg hiervan is, dat de aansturing van maag, darmen, lever en alvleesklier niet optimaal verloopt met als gevolg een gebrekkige spijsvertering. Bij een gebrekkige spijsvertering zien we een vertraagde maagontlediging in kombinatie met gisting en rotting met als gevolg een verstoring van de zuurgraad in de darmen. Hierdoor zal de darmflora wijzigen: minder goede bacteriën, meer “slechte” bacteriën. We spreken dan van een darmdysbiose. Deze situatie kan dezelfde klachten veroorzaken als te veel maagzuur. U zult begrijpen dat maagzuurremming niet de juiste behandeling is.

Te veel maagzuur kan ook ontstaan doordat de patiënt moeilijk histamine kan afbreken. We noemen deze aandoening histadelie. Normaliter wordt histamine afgebroken door het enzym
di-amino-oxydase (DAO). Is er een enzymstoornis zal het histaminegehalte stijgen zónder dat er sprake is van een allergie. Histamine stimuleert de maagzuurproductie met overeenkomstige klachten.
Overige klachten kunnen zijn: jeuk, tranende ogen, loopneus, kortademigheid, hoofdpijn, gewrichtspijnen.
Door laboratoriumonderzoek kan aangetoond worden dat het enzym DAO niet voldoende aanwezig is. Een histaminebeperkt dieet zal één van de pilaren van de behandeling zijn.

Maagzuurremmers worden liefelijk (maar onterecht!) aangeprezen als maagbeschermers, maar na het lezen van het onderstaande zal hopelijk duidelijk zijn, dat dat niet helemaal klopt:
• Maagzuur vormt een natuurlijke anti-microbiële barrière; vermindering van maagzuur leidt dan ook tot maagdarminfecties, zoals Helicobacter pylori of Salmonella.
Ook longinfecties komen vaker voor bij gebruikers van maagzuurremmers.
• Maagzuurremmers kunnen de schadelijke werking van ontstekingsremmers (NSAID’s, zoals aspirine, ibuprofen, diclofenac, naproxen, indomethacine) op het darmslijmvlies versterken ! Hierdoor wordt
de darmbarrière verstoord, waardoor darmbacteriën of hun toxinen het lichaam ongewenst kunnen binnendringen. Bij gezonde vrijwilligers veroorzaakte indomethacine na vijf dagen een drievoudige toename van de darmpermeabiliteit. Dit kan niet alleen tot infecties leiden, maar ons immuunsysteem kan hierdoor ernstig ontregeld raken met allergieën en auto-immuunziekten tot gevolg.
• Vermindering van maagzuur belemmert de opname van mineralen zoals calcium (maar ook zink, jodium). Langdurig gebruik van zuurremmers verhoogt het risico op osteoporose met 100%.
• Vermindering van maagzuur vermindert de opname van vitamine B12. Een tekort aan B12 kan een breed scala aan klachten veroorzaken o.a. moeheid, neurologische klachten (tintelingen, spierzwakte), verhoogde kans op hart- en vaatziekten, psychische klachten, concentratie- en geheugenstoornissen, gewrichtsklachten, haaruitval, oorsuizen.
• Het maagslijmvlies is het grootste depot vitamine C met een 25 maal hogere concentratie dan in het bloed. Vitamine C wordt actief door het maagslijmvlies uitgescheiden, maar valt uiteen bij een te sterke zuurgraadstijging in de maag.


Ieder van ons draagt in zijn darm minstens 100 triljoen bacteriën met zich mee: tien keer zoveel als er cellen in ons lichaam zijn. Er zijn tot nu toe zo'n duizend verschillende soorten beschreven en een gemiddelde persoon heeft er daarvan pakweg honderd in zijn darm. Samen wegen die bacteriën ongeveer anderhalve kilo en ze bevatten 150 keer zoveel verschillende genen als wijzelf. Ieder mens heeft zijn eigen specifieke samenstelling van darmbacteriën, maar toch zijn drie algemene hoofdgroepen te onderscheiden. Blijkbaar is er in de darm maar een beperkt aantal stabiele ecosystemen mogelijk. Bepaalde subtypes van bacterieculturen in de darm hangen samen met een verhoogde kans op welvaartsziekten, zoals overgewicht en suikerziekte. Dan is natuurlijk altijd de vraag wat is oorzaak en wat is gevolg. Uit onderzoek blijkt dat het beide richtingen op kan gaan. Als je steriele muizen (geen bacteriën in de darm) de darmbacteriën van een dikke soortgenoot geeft, dan nemen ze meer in gewicht toe dan wanneer je ze bacteriën van een slanke muis geeft. Dit onderzoek is al in 2006 gepubliceerd in Nature.

Baby’s worden geboren met een steriel darmstelsel dat tijdens de geboorte wordt gekoloniseerd door tal van bacteriesoorten. Onder invloed van moedermelk (de eerste melk bevat belangrijke bacteriën) levert dat een levenslange en optimale samenwerking (symbiose) op die gunstig uitpakt voor zowel de mens als de bacteriën. Maar in kinderen die ter wereld komen via de keizersnede, geen borstvoeding krijgen of die in het vroege leven antibiotica krijgen is de beginsituatie anders. Omdat bacteriën belangrijk zijn voor de fysiologie van de mens zouden deze groepen op latere leeftijd gevoeliger kunnen zijn voor bijvoorbeeld allergie of overgewicht. Tegelijk met de bacteriële kolonisatie van de darmen ontwikkelt zich het immuunsysteem van een pasgeborene. Ook hier speelt de moedermelk een sturende rol. Het ziet ernaar uit dat dit samengaan een duurzame, stabiele basis vormt voor de gezondheid van de mens.
“Als we de menselijke darm als een ecosysteem beschouwen, bestaande uit vele bacteriesoorten, kunnen we wellicht dat systeem beïnvloeden, bijvoorbeeld om acute en chronische ziektes vóór te zijn. En misschien zelfs de mentale gezondheid”, voorziet professor Knol van de universiteit Wageningen. De sterielere omgeving waarin kinderen tegenwoordig opgroeien is een mogelijke verklaring (zoals ook verwoord in de zogeheten hygiënehypothese) voor het toegenomen aantal gevallen van astma, eczeem en hooikoorts. Er zijn aanwijzingen dat bij het optreden van allergieën, obesitas, darmaandoeningen en bij fragiele ouderen de soortenrijkdom van de darmmicrobiota een stuk afneemt. Vergelijk het met erosie die optreedt in een tropisch woud nadat er een bosbrand heeft gewoed. Je kunt je voorstellen dat iets soortgelijks gebeurt als krachtige antibiotica in de darmen het microbiële leven op zijn kop zetten, zeker bij zeer jonge kinderen. Daarentegen is de samenstelling van de darmmicrobiota te beïnvloeden via voeding, die bepaalde ingrediënten (prebiotica) als voedingsbodem voor essentiële bacteriën kan bevatten, of de bacteriën zelf (probiotica) of een mix daarvan. De darmmicrobiota die dat oplevert heeft ook een gunstig effect op het immuunsysteem, zoals is aangetoond bij de aandoening Atopische dermatitis (allergisch eczeem). Elk individu draagt wel enkele honderden soorten bij zich. De darmmicrobiota (zoals de ‘darmflora’ tegenwoordig wordt aangeduid), helpt bij de voedselvertering en weerhoudt ongewenste bacteriën ervan zich te nestelen. Sommige soorten zijn zelfs in staat gif uit voedsel te neutraliseren.  Maar de relatie tussen mens en bacteriën reikt verder. Onderzoekers hebben een correlatie geconstateerd tussen veranderingen in de samenstelling van darmbacteriën en overgewicht. Zelfs kan transplantatie van darmbacteriën leiden tot metabole veranderingen. Kennelijk spelen de darmbacteriën een belangrijke rol in de fysiologie van het menselijk lichaam. Personen met een soortenarme samenstelling van darmbacteriën hebben in vergelijking met individuen met een grote soortenrijkdom meer kans op aan overgewicht gerelateerde aandoeningen, zoals diabetes.  Uit onderzoek blijkt dat 80 procent van de personen met weinig bacteriesoorten ook zwaarlijvig is.


Opmerkelijker is dat de groep die soortenarm is, meer bacteriesoorten bevat die ontstekingen kunnen bevorderen en juist minder bacteriesoorten met een potentieel ontstekingsremmende invloed en daardoor als ‘ongezonder’ te boek staat. De ‘rijke’ en ‘arme’ individuen kunnen gemakkelijk worden onderscheiden van elkaar aan enkele typische bacteriesoorten. Zo bleken in bacteriearme individuen onder andere verscheidene ruminococci  meer voor te komen, een groep die eerder al was gekoppeld aan ontstekingen. Daarentegen komt bijvoorbeeld Akkermansia meer voor in rijke darmen. Die bacteriegroep werd eerder in Wageningen ontdekt. Ze versterkt (bij muizen) de darmbarrière zodat ziekteverwekkers minder kans maken binnen te dringen. In totaal blijken de personen met een arme soortenrijkdom aan darmbacteriën meer lichaamsvet te bezitten, ongevoeliger voor insuline, ongunstigere vetzuurprofielen in het bloed te hebben, en vertonen zij verhoogde bloedspiegels aan ontstekingsmarkers en witte bloedcellen, zodat bij elkaar genomen hun risico op diabetes en hart- en vaatziekten hoger is. Daarnaast stelden de onderzoekers vast dat de onderzochte zwaarlijvigen met arme bacteriepopulaties sneller aankomen dan hun slankere landgenoten. Bij de eerste groep komen acht specifieke bacteriesoorten niet of nauwelijks voor. Deze bacteriesoorten spelen mogelijk een beschermende rol bij gewichtstoename van de persoon. De uitkomsten van de studie effenen het pad voor preventieve en strategische medicijnen voor chronische aandoeningen. Dan moet de arme bacteriestatus wel vroegtijdig vastgesteld en met passende interventies bijgesteld kunnen worden. De studie laat ook meer licht schijnen op de rol van darmbacteriën en hun vermogens om – mogelijk meer dan de genen in ons eigen genoom – sturing te geven aan het prille begin van overgewicht en de gevolgen daarvan.

Dit gegeven is ook op mensen getest. Als patiënten met de ernstige darminfectie Clostridium difficile verdunde ontlasting krijgen (faecale transplantatie via de anus) van een gezond persoon, is het succespercentage 95%. Worden deze mensen met (zware) antibiotica behandeld dan geneest slechts 30%. Het verschil was zo groot dat de medisch-ethische commssie het experiment voortijdig stop heeft gezet, omdat het als onethisch werd beoordeeld om niet alle patiënten faecale transplantatie te geven. Onderzoekers van de Wagenings universiteit deden een zelfde experiment bij mensen met overgewicht, hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol en verminderde insulinegevoeligheid (metabool syndroom). Als deze groep darmbacteriën krijgt van slanke, gezonde mensen herstelt de insulinegevoeligheid volledig. Oftewel: genezen door “gezonde poep”.
De mens heeft naast z’n bloedgroep ook een darmbacterie-groep. Deze groepen zijn in drie groepen (enterotypes) onder te verdelen. Elk enterotype heeft een karakteristieke, stabiele samenstelling van populaties darmbacteriën met kenmerkende eigenschappen. Elke darmbacteriegroep, die vergelijkbaar is met een bloedgroep, is onafhankelijk van woonplaats, gezondheid of leeftijd van de persoon.
De drie enterotypes zijn te onderscheiden in darmbacteriegemeenschappen met bijbehorende darmfuncties.
Enterotype 1 wordt beheerst door de darmbacterie Bacteroides die samen met enkele andere bacteriegeslachten een onderscheidbare groep darmbacteriën vormt.
Hoofdbacterie in enterotype 2 is Prevotella.
Enterotype 3 heeft Ruminococcus als centrale darmbacterie, omgeven door andere soorten als Staphylococcus, Gordonibacter en heeft steeds gezelschap van de eerder in Wageningen ontdekte Akkermansia. Enterotype 3 komt het meest voor.

Elke bacteriegemeenschap kenmerkt zich bovendien door een eigen wijze van energievoorziening. Zo lijkt enterotype 3 gespecialiseerd in het afbreken van mucine, een koolhydraat dat via ons voedsel in de darm aanwezig is. De darm kan deze brokstukken vervolgens als voedingsstoffen voor het lichaam opnemen. Ook produceren alle drie de enterotypes vitamines maar in verschillende hoeveelheden. Enterotype 1 maakt met name vitamine B7 (biotine), B2 (riboflavine) en C (ascorbine) aan, enterotype 2 vooral vitamine B1 (thiamine) en foliumzuur. Enterotypen interacteren met de gastheer. Het is bekend dat deze wisselwerkingen effecten op onze gezondheid kunnen hebben. De vondst van enterotypes zal zijn invloed hebben op de biologie, geneeskunde en voedingsleer. De behoefte van het individu kan  beter dan voorheen in kaart worden gebracht. Het onderzoeksteam ziet daarom een toekomst voor een persoonlijk en preventief voedings- en medicijnadvies.
In het darmstelsel van alle mensen, van baby tot de oudere mens, leeft een dominante en nuttige bacterie, de Akkermansia muciniphila. Dit micro-organisme huist in de slijmlaag van de darmen die een verdedigende rol speelt tegen indringers. Opvallender is echter dat de bacterie een helende werking heeft op de ontregelde stofwisseling bij overgewicht. Overgewicht en suikerziekte type 2 (ouderdomssuiker) zijn onder meer te herkennen aan ontstekingen, veranderingen in de samenstelling van de darmbacteriën en aan de ontwrichting van de natuurlijke barrière in de darmen. Tien jaar geleden ontdekten onderzoekers van de universiteit Wageningen  de bacterie Akkermansia muciniphila, die in staat is te groeien in de slijmlaag in de darmen. De bacterie bleek in groten getale voor te komen in lichtgewicht mensen (en knaagdieren) en juist minder bij mensen en dieren met ontstekingen of overgewicht. De bacterie komt minder frequent voor in muizen met overgewicht en suikerziekte type 2 (ouderdomsdiabetes). Bovendien blijkt dat het toedienen van moeilijk verteerbare vezels zoals oligofructose, bekend om hun darmbiota-bevorderende vermogen, resulteert in een herstel van de populatie Akkermansia in de muizen. De aanwezigheid van de bacterie versterkt de darmbarrière en ook is er een omgekeerde correlatie met aankomen (vetopslag), ontstekingsreacties in vetweefsel en insulineresistentie.
Om dat vast te stellen voerden de onderzoekers de Akkermansia-bacterie aan gewone muizen met verschillende diëten. Op een normaal dieet werd geen effect gevonden maar in muizen die door een hoog-vet dieet dik werden, bleken de Akkermansia-bacteriën te resulteren in een reductie van de vetontwikkeling.
Na toediening van de Akkermansia-bacteriën werd een toename gevonden van het gehalte aan endocannabinoïden, die zorgen voor een juist peil van het glucosegehalte in het bloed. Bovendien werd de darmbarrièrefunctie versterkt. Alleen intacte levende bacteriën zijn daartoe in staat.
Onderzoekers vergeleken de microbiota van twintig tweelingparen waarvan de één veel dikker was dan de ander. Ter controle bestudeerden ze ook de ontlasting van twintig tweelingparen die ongeveer even zwaar waren. Twee bacteriegroepen, waarvan bekend is dat ze vetzuren als butyraat en valeraat kunnen produceren, kwamen significant vaker voor bij de dikkere helft van de tweelingen: de Eubacterium ventriosum groep en de Roseburia intestinalis groep. Eén bacteriegroep, waarvan vermoed wordt dat die vezelrijke voedingscomponenten kan omzetten, was juist in grotere hoeveelheden aanwezig in de slankere van de twee: de Oscillospira guillermondii.
Genetische factoren leggen een belangrijke basis voor de samenstelling van de darmmicrobiota, maar dat de samenstelling gedurende iemands leven kan veranderen, onder invloed van bijvoorbeeld dieet of mate van inspanning.

Praktijkgegevens

Centrum Integrale Geneeskunde
F.H.J.M. van der Haghen
Brouwerstraat 3
Munstergeleen
046 4526776

De praktijk is doorgaans op iedere werkdag telefonisch tussen 8.30 en 15.00 uur te bereiken. Probeer zoveel mogelijk voor 9 uur te bellen om het spreekuur / de metingen zo min mogelijk te storen.

 

Geneeswijzen

algemene geneeskunde
natuurgeneeskunde / homeopathie
orthomoleculaire geneeskunde
psycho-neuro-immunologie
manuele geneeskunde
acupunctuur